Goedemorgen allemaal,

Het nieuwe jaar begon zoals het oude eindigde: met rook, sirenes en bestuurders die verklaren dat het ‘allemaal wel meeviel’. Nederland, het enige land ter wereld waar een oorlogszone officieel doorgaat voor een ‘traditie’. Waar de straten branden, de hulpdiensten dekking zoeken, en de bestuurders op Nieuwjaarsdag vooral bezig zijn met het managen van beeldvorming.

Want nee hoor, er was niks aan de hand. Hooguit ‘enkele incidenten’. Dat woord is inmiddels zo elastisch dat je er een paar uitgebrande autowrakken mee kunt inpakken.

Terwijl agenten, brandweerlieden en ambulancepersoneel letterlijk onder vuur lagen, werd vanuit warme kantoren uitgelegd dat we vooral niet moesten overdrijven. Dat escalatie voorkomen belangrijker is dan handhaven. Dat begrip tonen belangrijker is dan grenzen stellen. Dat geweld pas geweld is als het uit de zogenaamde verkeerde politieke rechtse hoek komt.

En daar gaat het precies mis: dit land lijdt niet aan een tekort aan hulpverleners, maar aan een overschot aan moreel superieure bestuurders die veiligheid verwarren met sentiment. Mensen die nog nooit een straat hebben schoongeveegd na een ‘feestelijke’ nacht, maar wél precies weten waarom optreden ‘problematisch’ is. De gezagscrisis komt niet door de politie, die staat er, elk jaar weer. Die komt niet door de brandweer, die met stenen wordt onthaald terwijl ze branden blust. Die komt niet door de ambulancebroeder die onder vuur iemand probeert te redden. De gezagscrisis komt van boven. Van vergaderkamers vol woke gelijkgestemden die elkaar benoemen, bevestigen en beschermen, terwijl de straat langzaam afbrokkelt.

Jarenlang is alles gebagatelliseerd. Rellen werden ‘spanningen’, vernieling werd ‘expressie’. intimidatie werd ‘context’ genoemd . En ondertussen werd elke poging tot handhaving weggezet als ‘extreem’, ‘hard’ of ‘polariserend’. Alsof het handhaven van de wet ineens een politieke rechtse hobby was geworden. En dan die verbazing. Dat onbegrip. Dat toneelstuk op 1 januari, wanneer dezelfde bestuurders zogenaamd geschokt zijn door het geweld dat zij jarenlang hebben genegeerd, vergoelijkt of zelfs gelegitimeerd. Getuige optredens tegen Extinction Rebellion en de rellen bij UvA, waar de daders na een uur weer buiten lopen. Wat voor beeld roep je daarmee op? Ontwricht de samenleving maar, het is voor een goed doel??? Alsof je jarenlang benzine over de straat giet en dan verbaasd bent dat het brandt.

De ironie is schrijnend: juist deze bestuurlijke lafheid voedt het extremisme waar men zo bang voor zegt te zijn. Wie geen grenzen stelt, kweekt woede. Wie orde veracht, oogst chaos. En wie veiligheid uitbesteedt aan onderhandelingen, krijgt Molotovcocktails.

En toch staan ze er weer de hulpverleners, mijn vader was het ook heel z’n leven. De mensen zonder ideologie, zonder slogans, zonder academisch jargon. Die gewoon doen wat nodig is, terwijl boven hen een bestuurlijke elite druk bezig is met het redden van haar eigen morele gelijk. En zo eindigen we waar we begonnen: in een land waar de sirenes harder klinken dan het leiderschap. Waar bestuurders wegkijken, terwijl de straat brandt. Waar handhaving verdacht is en gezag verdampt. Waar een politieagente moet wegduiken voor allerlei vuurwerk, terwijl ze een net geboren baby moet reanimeren….

Misschien moeten we dit jaar eens niet vragen om meer begrip, maar meer ruggengraat tonen. Minder woke, meer wakker. Minder wegkijken, meer ingrijpen. En als we dan toch iets willen redden in 2026, laat het dan de simpele afspraak zijn dat wie helpt, beschermd wordt, en wie sloopt, eindelijk wordt gestopt.

Dat zou pas een mooi nieuw begin zijn….

Tot volgende week, tot de volgende Wiekent!

Groeten Leen.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *